Op Weg' is het informatieblad van Vrijzinnigen Nederland, afd. Huizen, Naarden-Bussum, Laren-Blaricum en Weesp - onderstaande teksten zijn een redactionele bijdrage van De Engel.


Wij zijn de gelukkigen

Heel recent las ik ‘Wij waren de gelukkigen’, geschreven door een kleindochter van een van de hoofdpersonen uit dit boek. Dit is geen boekbespreking en toch wil ik u aanraden om het te lezen.
Het is gebaseerd op ware belevenissen van een Joods gezin uit Polen, vader, moeder en hun vijf kinderen van 1939 tot 1945. U begrijpt natuurlijk wel dat het over de tweede wereldoorlog gaat en wat dit gezin in deze jaren is overkomen. Dit boek, dat kan ik u wel verklappen, heeft een ontroerend happy-end in tegenstelling waar tot waar de lezing ‘Etty Hillesum’ eind april in De Engel over gaat.
Ik weet niet hoe het bij is u, maar ik lees als het ware in beelden, dus ik zie voor me wat beschreven wordt. De beelden waren vrolijk vanwege de uitbundige Joodse sabbatvieringen in dit gezin, dan weer afgrijselijk vanwege het leed - en dat is nog voorzichtig uitgedrukt -  wat bijna ieder gezinslid meemaakte in de oorlogsperiode. Ik zag de oude vader en moeder over de bergen trekken naar de vrijheid in Italië en uiteindelijk liepen de tranen mij bijna over de wangen toen ik de laatste hoofdstukken las.  
Maar wat mij het meest is bijgebleven is de veerkracht en de wil om te overleven van dit gezin ten opzichte van de haat en de wreedheden tegen de (hun) Joodse identiteit. Dat wist ik natuurlijk wel, ik heb in de loop der jaren meerdere boeken daarover gelezen, maar de laatste jaren kan ik daar niet meer zo goed tegen. Ik begon dus met enige huivering aan dit boek.
Maar ik werd meegezogen door de indringende schrijfstijl van de auteur, die de meeste hoofdpersonen uit dit boek gekend heeft, omdat het haar ooms en tantes waren. Zij heeft er tien jaar overgedaan om dit boek te schrijven en is de hele wereld overgevlogen om haar familieleden te laten vertellen over deze episode in hun leven. Dat maakt het verhaal ook zo persoonlijk, waardoor je je als lezer kunt identificeren met deze gezinsleden.
Maar de vraag die uiteindelijk altijd bij mij achterblijft is: ‘Wat hebben de Joden gedaan om zo mensonterend behandeld te worden? ‘Niet alleen door Hitler en consorten, maar door de eeuwen heen zijn zij beschimpt, weggejaagd, gediscrimineerd, vervolgd of vermoord. En dat niet alleen omdat ze door christenen beschouwd worden ‘als moordenaars’ van Jezus, want het gebeurde decennia daarvoor ook al. En vervolgens vroeg ik mij opnieuw af hoe wij mensen in staat zijn (geweest) tot zulke misselijkmakende barbaarsheden.
Oorlog in ons deel van de wereld ligt al ruim zeventig jaar achter ons. Wat de toekomst brengt weten we niet, maar nu leven wij in betrekkelijke rust en wat dat betreft zijn wij de gelukkigen.

Maria Hockers-Maijer 

Uit editie december/januari 2017/2018


God dienen en vrede op aarde

Mijn plan was schrijven over vrede op aarde met het oog op de naderende Kerstdagen, maar eerst kwam er iets anders in mij op. Ik herinnerde me wat ik vroeger in de godsdienstles uit de catechismus moest leren: ‘Waartoe zijn wij op aarde?’
Ik volg dan gewoon maar die impuls en als het niets blijkt te zijn delete ik het of gooi ik het in de papierversnipperaar. Dat is zo fijn van kantoor aan huis, dan heb je dat soort apparaten tot je beschikking.

Waartoe zijn wij op aarde? Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen. Eerst hier op aarde en later in de hemel om het eeuwige leven te verkrijgen In de 50-jaren werd dat: om hier én in het hiernamaals gelukkig te worden. Dat is nogal een verschil. Eerst mocht je alleen maar gelukkig worden in het hiernamaals en plotseling mochten we ook hier gelukkig worden. En toch, het enige wat ik goed onthield was dat er een wereld op mij wachtte. De wereld van God: het paradijs van Adam en Eva. Ik vond het een akelig verhaal met die slang. Dat ze simpelweg gestraft werden door het eten van een appeltje. Ik pikte dagelijks een appeltje uit de groentewinkel van mijn oma. Die lagen glimmend gestapeld in het appelvak. Ik kon me voorstellen dat een vers van de boom geplukt appeltje nog aanlokkelijker was.

Het eeuwig leven!? Ik heb nog een boek uit mijn jeugd, waarin ik op de eerste bladzijde mijn naam geschreven heb, dan adres, woonplaats, provincie, land. Ik maakte dat lijstje zo lang mogelijk met vervolgens Benelux, EEG, Europa, heelal en tenslotte het universum. Verder dan dat kon ik niet denken. De eeuwigheid: een tijd zonder grenzen. Dat kon ik niet bevatten.

En dan God dienen? Wat is dat eigenlijk?  Is dat mijzelf niet opdelen in vieren, vijven, zessen? Geen oorlog voeren in mijzelf? Niet het leven benaderen als een probleem wat opgelost moet worden?  Is dat bewust zijn van het feit dat we bestaan? Erkennen dat iedereen de waarheid spreekt, vanuit zijn eigen standpunt? Is dat werkelijk beseffen dat we zijn wat alle religieuze standpunten gemeen hebben?  Jezus zegt in het Thomas Evangelie, 113: ‘Het hemelse koninkrijk is over de aarde uitgespreid en de mensen zien het niet.  Bedoelt hij met deze uitspraak dat het hemelse koninkrijk te vinden is in het hier en nu, hier op aarde? Dat we op aarde en niet in de hemel als mens onze bestemming vinden, ons leven delen met elkaar, dat hier een plek voor de liefde is?

En dan tenslotte vrede: we naderen het eind van 2017 en zo rond de kerstdagen wordt er meestal om wapenstilstanden gevraagd in oorlogsgebieden en zingen wij in de kerstliederen over vrede op aarde. Maar is dat niet illusoir? Kijkend naar het journaal is er altijd hommeles in binnen en buitenland en dat is nog voorzichtig uitgedrukt. Als ik in de tv-gids lees waar het gekift tussen buren deze keer weer over gaat in de ‘De rijdende rechter’ of de aankondiging hoor over de jarenlange vetes bij het ‘Familiediner’, dan rijzen de haren mij te berge. En hoe vaak voeren we geen oorlog in onszelf met al onze gedachtenkronkels, wat ook nog eens uit kan monden in gekissebis met onze dierbaren. 
En ook andere manieren om naar het ‘hemelse koninkrijk’ te kijken wordt door menigeen verketterd. Dat was in het verleden niet anders dan dat het nu is. Als we naar de loop van de geschiedenis kijken is er niets veranderd. Wat mij binnen alle geloofstakken opvalt is dat juist daar verdeeldheid heerst over wat het enige echte ‘koninkrijk’ is.
Maar we zijn toch allemaal één? En er is toch ook maar één God, welke betekenis of naam dat voor u dan ook heeft. En in die eenheid wordt toch naar zin gezocht? Of blijft u erbij dat we allemaal afscheiden entiteiten zijn? Ja, dan is vrede ver te zoeken.
Begint ‘om God te dienen’ en ‘vrede op aarde’ niet bij onszelf, in ons eigen hart. Durft u het aan om iedereen (figuurlijk dan) te omarmen, ook al heeft hij of zij een andere mening? Misschien is deze donkere tijd bij uitstek geschikt om te reflecteren, om na te gaan wat voor u God dienen en vrede op aarde betekent. 

Maria Hockers-Maijer